Als terugkerend item stellen we 11 vragen aan iemand uit de afdeling Gelre. Vandaag is Lars Wildenborg aan de beurt.
Vraag 1: Waar kunnen de mensen uit tafeltennisland je van kennen?
Als trainer en coach van diverse verenigingen uit Gelre en andere plaatsen in Nederland. Op dit moment ben ik actief als verenigingstrainer bij Hutaf, Litac en Swift (Deventer). Daarnaast werk ik ook veel individueel met spelers, binnen Gelre met talenten als Lode Hulshof (Borussia Düsseldorf, vroeger Litac) en met Iris Leskens (SKF). Iris maakt onderdeel uit van het landelijke RTC programma vanuit de NTTB en is lid van de nationale meisjes cadettenselectie. Lode komt uit in de Duitse competitie en is de huidige Nederlands Kampioen bij de jongens junioren (2019).
Oorspronkelijk ben ik bij Litac, wat ik nog steeds wel zie als ‘mijn eigen club’, begonnen als speler en even later (in 2005) als trainer. Na ervaring te hebben opgedaan als trainer bij verschillende clubs in de omgeving en als hoofdtrainer van Belcrum (Breda), ben ik medio 2013 gestart als fulltime trainer, coach en coördinator binnen het tafeltennis. Na jarenlang ‘bouwen’ was er in mei 2016 een onvergetelijk succes, door middel van het behalen van de Landstitel bij de jeugd met Litac.
Vraag 2: Hoe lang tafeltennis je eigenlijk al?
In september 1996 ben ik lid geworden bij Litac in Lichtenvoorde. Daarvoor speelde ik al regelmatig, met name door de scholierentoernooien (‘Taptoe toernooi’) die toen op grote schaal georganiseerd werden en natuurlijk door mijn vader die fanatiek tafeltenniste en in die periode elke dag bezig was met de bouw van de nieuwe Litac zaal (1993). Kortom, in de jaren voordat ik lid werd, kon ik al niet om onze mooie sport heen. Naarmate mijn trainerschap grotere vorm aannam, ben ik minder gaan spelen (competitie), intussen speel ik nog wel dagelijks tijdens de individuele momenten met spelers.
Vraag 3: Wat doe je in het dagelijks leven?
Zoals gezegd ben ik volledig actief binnen de tafeltennissport. Sinds enkele jaren werk ik eigenlijk met bijna alle doelgroepen en leeftijden. Dat wil zeggen binnen groep –en individuele trainingen, met clinics voor bedrijven, scholen en instanties, maar ook door de verbindingen te leggen tussen zorg en welzijn en sport. Wekelijks ben ik als coördinator en trainer verantwoordelijk voor het ‘Beweeg Mee’ programma in Made (en daarvoor Terheijden), in samenwerking met medeoprichter (Dirk Eikemans) en de plaatselijke gemeente die ons enorm ondersteunen. Binnen ‘Beweeg Mee’ wordt tafeltennis ingezet als middel om deelnemers samen te laten bewegen in een ontspannen omgeving, waar gezelligheid en toegankelijkheid voorop staan. Mensen ontmoeten elkaar en werken door middel van verschillende tafeltennisvormen (schuiftafteltennis, robot en aanverwante bewegingsvormen) aan hun persoonlijke vaardigheden en hebben veel plezier iedere vrijdagmiddag. Ons programma is met name geschikt voor 55 plussers, ouderen, mensen met een beperking of als onderdeel van een revalidatietraject. Denk daarnaast ook aan elementen als ziektepreventie en voor mensen in eenzaamheid.
Vraag 4: Welke sport zou je doen als je niet zou tafeltennissen?
Vroeger heb ik gevoetbald en dit ook nog een tijdje gecombineerd met tafeltennissen. Het voetbal zou ik dan wel weer willen oppakken of ik zou willen leren tennissen.
Vraag 5: Wat vind je het leukste aan de sport tafeltennis?
Dat tafeltennis van de buitenkant soms weggezet wordt als ‘simpel’ of ‘niet intensief’. Terwijl als je er ‘middenin’ zit, je er achter komt dat tafeltennis één van de moeilijkste, meest uitdagende sporten is, omdat je zoveel elementen moet (leren) combineren op hetzelfde moment. Als speler en trainer geeft dit je zoveel variatie mogelijkheden en het gevoel dat er altijd ruimte is voor ontwikkelingen op een specifiek aspect (of meerdere aspecten).
Vraag 6: Wat vind je het leukste aan je eigen tafeltennisvereniging?
Het feit dat we een prachtige eigen accommodatie hebben bij Litac en nog belangrijker onze eigen leden, waarvan ik er veel al ken vanaf jonge leeftijd. Op die manier vormt dat een belangrijk deel van je vriendenkring, ook nu ik zelf geen competitie meer speel. Dezelfde groep mensen, waaronder bijvoorbeeld Eric Schurink, heeft mij erg goed geholpen bij de nieuwe opzet van de clinics hier in Lichtenvoorde en bij de oprichting van mijn eigen bedrijf en daarna.
Vraag 7: Wat is je mooiste tafeltenniservaring?
Dat is ongetwijfeld het behalen van het Landskampioenschap met de jongens van Litac. Ik werkte al behoorlijk wat jaren met de vaste kern van het team: Kevin Pan, Lode Hulshof en Lars Banning. Nadat in 2015 ook Rutger Carelse (De Toekomst, Lochem), zich bij het team voegde, merkte je direct dat we steeds meer een eenheid werden en hij het ontbrekende stukje ervaring met zich meebracht dat wij toen nog misten.
De dubbele Nederlandse jeugdtitel van Lode Hulshof van vorig jaar, in enkel –en dubbelspel, was ook enorm gaaf om mee te maken. Dat was voor mij een mooie bevestiging na het maken van belangrijke keuzes en hard werken.
Vraag 8: Hoe ziet voor jou het ideale competitiesysteem eruit?
Ik heb een sterke voorkeur voor wedstrijden met teams van 3 tegen 3. Waarbij er 2 enkelspelen afgewerkt worden door alle spelers en er één dubbel wordt gespeeld. Uiteindelijk worden er dus zeven wedstrijden gespeeld, waarmee je de speelduur sterk kunt inkorten. Naar mijn mening een noodzakelijk aspect als je kijkt naar de ontwikkeling van de moderne (sport)wereld. Alles gaat (moet) sneller, spectaculairder etc.
Vraag 9: Welke tip wil je meegeven aan de tafeltenniswereld?
Werk meer samen en probeer je krachten te bundelen. Gun elkaar het licht in de ogen zodat wij als sport meer draagvlak en slagkracht krijgen en kunnen uitstralen naar de buitenwereld. Alleen zo kunnen we overleven en kunnen we onze sport ontwikkelen in de toekomst.
Vraag 10: Als je €1000,- krijgt voor je vereniging, wat zou je er dan mee willen doen?
Ik zou enkele vrijwilligers – voor mij absolute sterkhouders binnen Litac – willen belonen, omdat zij in de jaren zoveel meer werk hebben verricht dan menigeen weet. Zij vormen het fundament van de vereniging en mogen extra gewaardeerd worden als het aan mij ligt.
Vraag 11: Wie wil je uitnodigen om deze 11 vragen ook eens te beantwoorden?
Dat kan er maar eentje zijn en dat is mijn oude teamgenoot ‘uit België’, Remon Langius.
Recente reacties